… vroeg mijn collega aan me. Tijdens de dagelijkse lunch had ik net een tweede keer saus op mijn injera (traditionele zurige pannenkoek) geschept. Vervolgens had ik er met mijn linkerhand een stukje afgescheurd en in mijn mond gestopt. Een fout. Injera eet je met je rechterhand, je linkerhand gebruik je voor zaken rondom het toilet. Niet erg fris om daarmee te eten dus. Een klein foutje, mijn tafelgenoten lachten me vriendelijk toe. Tot nu toe had ik het zo netjes gedaan, maar hiermee verraadde ik dat ik duidelijk nog niet echt gewend was aan het Ethiopische eten.
De vraag is of het nog zal lukken de kunst van het injera-eten volledig te beheersen. Gedachtenloos een stukje afscheuren, ondertussen een gesprek voeren en datzelfde stukje dan met vulling en al zonder knoeien in je mond stoppen. Ik vrees dat een week te weinig is voor de laatste aanpassingen. Het is waarschijnlijk beter me te focussen op mijn onderzoek en de presentatie van de eerste resultaten komende vrijdag.
De oplettende lezer heeft nog een kleine indruk van mijn weekend tegoed. Ik was toen in Lalibella, een prachtige stadje in het Noorden van Ethiopie. Zaterdagochtend vroeg ontmoette ik verschillende andere reizigers op het vliegveld en we besloten samen op te trekken. Dat was leuk, niet alleen omdat je dan een gids en een auto kunt delen. De vele gesprekken, het samen delen van de dingen die je meemaakt en ‘s avonds dineren zijn andere pluspunten. We slenterden tussen de koeien, geiten en ezels door op de grote zaterdagmarkt. Overal mensen en verschillende keren werden we uitgenodigd om koffie te drinken. ‘s Middags bezochten we de bekende kerken. Ik raakte onder de indruk van de schoonheid en ook van het vele werk. Alle kerken zijn in de rotsen uitgehouwen, vaak uit één enkel rotsblok. De legende gaat dat Koning Lalibela dit niet zelf heeft gedaan, maar hulp heeft gekregen van vele engelen. Dit achtste wereldwonder, of eigenlijk wereldwonderen want het zijn elf kerken, zou gebouwd zijn in slechts 24 jaar. Onmogelijk zonder hele groepen werknemers, arbeiders, rotshouwers, schilders. We probeerden ons voor te stellen hoe het toen geweest moet zijn, terwijl verschillende priesters ons hun heilige kruisen lieten zien.
Zondag vertrokken we na een korte blik op de laatste kerken én de ceremonie ter ere van Saint Mary (natuurlijk, het was niet voor niets moederdag!) richting de bergen. Hier was een kerk onder een rots gebouwd. Ook dit was indrukwekkend, maar nog veel meer genoot ik van het landschap. De bergen, de hoogtes en diepten, de weg die kronkelend en hobbelend voortging en de prachtige vergezichten. Het gehobbel in de bus namen we allemaal voor lief.
In deze laatste week is het dus weer hard werken. Misschien nog een enkel interview, maar vooral veel nadenken over de grote lijn in mijn onderzoek. Wat moet het advies worden aan mijn onderzoeksorganisaties en de boerencooperaties? Vrijdagochtend vroeg zal ik het moeten weten, dan moet er in elk geval een verhaal liggen. Langzaam beginnen zich nu enkele contouren te vormen.