Ik lig in bed en wacht op de slaap. Nog één laatste nachtje te gaan. Zouden alle spullen morgen wel in m’n tas passen? Hoe zou iedereen het thuis maken? Zou m’n vlucht vanuit Frankfurt naar Amsterdam wel gaan als er weer een aswolk komt? Morgen nog even Elsabeth ontmoeten en koffie drinken, een massage nemen en nog een laatste vergadering met mijn onderzoeksorganisatie. Ook de laatste keer door de stad slenteren, me ergeren aan de vieze uitlaatgassen en de asociale busjes. Genieten van de vele mensen. “Farengi, farengi” (van foreigner, buitenlander) zullen de mensen nog vele malen naar me roepen, maar morgen zal het anders klinken. “Shoe polish?”, en misschien zal il dan nog een keertje m’n schoenen onder handen laten nemen.
De tijd zit erop. Ik heb inmiddels geslapen en de meeste spullen zitten in m’n tas. Zometeen nog even naar kantoor dus en online inchecken. Ik zal Addis en m’n onderzoeksorganisatie missen. De injera tussen de middag bij de lunch, de flauwe grappen van mijn collega’s, de gesprekken over politiek en over verschillen tussen Nederland en Ethiopië. Ik ben nog steeds niet gewend aan de bergen en als ik van kantoor naar huis loop, vergeet ik nog altijd dat dat bergopwaarts is. Mijn tempo vertragen, dat is iets waar ik nog steeds bewust bij na moet denken. Met veel plezier vouw de ik me gisteren nog een laatste keer in een mini-busje. Ik betaalde met de stinkende 1 Birr-briefjes die ik nog in m’n portemonnee had zitten.
Vanavond de laatste maaltijd klaargemaakt door Abeba, in Nederland zal ik m’n eigen boontjes weer moeten doppen. Geen pannenkoeken of linzenflapjes meer als ontbijt. Geen gepeperde salades met dieprode tomaten meer. Geen handgesneden patatjes. Abeba, de nanny en huishoudster, en ik, we hebben veel gelachen samen. Zij om mij, omdat ik mijn was ontzettend nat aan de waslijn hing. Omdat ik die pannenkoekjes oprolde en door sneed. Omdat ik veel te veel spullen mee nam naar kantoor en ook daardoor bezweet thuis kwam. Ik om haar als ze me weer eens niet begreep. Communicatie in het Amhaars is nog steeds niet mijn sterkste punt en zij spreekt nauwelijks Engels. Of omdat ze boter in haar haar smeerde om het in model te krijgen. Samen lachten we om de gekke dansjes van de meisjes of de andere streken die ze uithaalden. Om de hond die weer eens naar binnen kwam rennen, terwijl het echt een waakhond voor buiten is. Ook de meisjes zal ik missen. Als ze stoeiden met het snijden van het vlees, maar dat wel echt zelf wilde doen. Als ze elke dag vroegen of ik morgen weg zou gaan en dat nu echt vandaag is. Sira die mee wil in mijn koffer en zegt dat ze zich dan heel klein kan maken. Mahaleth, de kleine plaaggeeest en haar vrolijke lach. Kon ik ze maar meenemen naar Nederland om daar aan iedereen te laten zien.
Genoeg sentiment. Ook in Nederland wachten weer mooie dingen. Het afmaken van m’n onderzoek zal uiteindelijk ook mooi zijn, maar is nu nog iets waar ik ontzettend tegenop kijk. Er zijn echter daar weer genoeg lieve mensen om leuke dingen mee te doen, om mee in de zon te zitten en samen foto’s te kijken. Om bij te kletsen, plannen te maken en leuke dingen te doen. Mensen die ik heb gemist. Ik ga toch nog even genieten van deze laatste dag en proberen het gevoel van afscheid nemen nog héél even uit te stellen…
Ha Jis,
Goede reis naar Nederland! Heb zin om snel weer samen een Sector 3′tje te doen (geen Linzenflapjes, maar ook errug goed
) en alle (onderzoeks) verhalen te horen! Zal jouw kijkje in het dagelijks leven in Ethiopie missen!
Tot snel!
Goede reis terug!