Terugdenken aan twee weken Ecuador

DSC03680Op de achtergrond staat de salsa muziek aan. We zijn begonnen aan het laatste deel van onze trip: een busreis van vier uur van Portoviejo naar Guayaquil. Morgen pikken we daar nog een dagje carnaval mee en dan vliegen we terug naar het koude Nederland.

Zo’n busreis geeft ruimte om terug te denken aan de afgelopen twee weken. Aan mijn verblijf bij Cécilia ik Quito, die ik zoals meestal in dit soort situaties een Hollands blikje met stroopwafels gaf. Nadat ik had beloofd om echt een aanbeveling op haar website te schrijven, kreeg ik een reep chocola van haar als dank. Ik denk aan Sarah en Janneke (en alle Amerikanen) waarmee ik een dagtrip naar de markt van Otovalo maakte. We bleken alledrie uit Utrecht te komen, Janneke had ook B&O gestudeerd in Utrecht en bleek ik te (her)kennen uit de trein naar Den Haag. (Lees hier meer over hun Hartentocht, een prachtig blog over hun reis). En dan was er John, de Australiër die ook bij mij in huis woonde voor die ene week. Zijn Spaans was far better, maar hij was jaloers op dat van mij. Ik met al mijn grammaticale fouten had kennelijk een beter accent, terwijl hij veel en veel meer vocabulair in huis had en ook simpelweg veel meer praatte.

DSC03700We rijden ondertussen door een stoffig landschap. Een goede weg, dwars door droog land waar her en der wat houten huisjes staan en de berm vol afval ligt. Een felgekleurd bord met het opschrift “Ecuador potencia turistica” belooft een betere toekomst.

Ik mijmer verder over de afgelopen dagen, waarin we hebben gezien dat Ecuador wel degelijk ten positieve is veranderd in de afgelopen jaren. De gezondheidszorg is toegankelijk voor iedereen met een verzekering en steeds meer mensen hebben zo’n relatief goed betaalbare verzekering. Ondernemers, inclusief alle boeren waarmee de partnerorganisatie van World Servants werkt, moeten zich registreren als ze willen handelen. Op die manier gaan ze ook belasting betalen. Dat gaat niet zonder slag of stoot, maar ademt toch enige belofte voor de toekomst. De overheid is actiever dan eerder in het onderwijs. Alle schooltjes van World Servants die we hebben bezocht zaten daardoor goed in de verf. Ook betaalt de overheid één docent per ongeveer 30 leerlingen (wat betekent dat je wel eerst minimaal 50 kinderen moet hebben voor je een tweede krijgt), zorgt voor meubilair en voor ontbijt voor de leerlingen.

Ik denk terug aan alle projecten die we bezochten. Aan de boeren die op een overvolle cacao markt vechten om te overleven. Aan de tomeloze energie en de lange adem van de mensen van de partnerorganisatie om op een duurzame manier iets in de situatie van deze boeren te verbeteren. Aan de palm-pest die momenteel heerst in heel Ecuador. Terwijl we langs één van de palmplantages reden vroeg ik onze chauffeur of deze bomen ook dood zouden gaan aan die pest. Het antwoord was dat ze al dood aan het gaan waren en vervolgens zag ik inderdaad overal bruine bladeren. Een enorme monocultuur ten behoeve van de palmolie in onze shampoo – investeringen van jaren die nergens meer toe zullen leiden.

We gaan naar huis met een hoofd vol verhalen. Met indrukken van wat de bijdrage van een World Servants project is geweest in sommige gemeenschappen. Het zijn verhalen die ik komende weken zal uitwerken en die je dan op de site van World Servants en wellicht ook hier zal vinden. Geen verhalen over projecten die de wereld volledig hebben veranderd, maar wel historias van levensechte mensen.

PS: inmiddels weer veilig thuis. Het carnaval in Guayaquil bleek pas eind van de middag te beginnen. Helaas voor ons moesten wij tegen die tijd alweer op het vliegveld zijn. Om het goed te maken staat bovenaan deze blog een foto van het uitzicht over deze stad.

Reacties zijn gesloten.

Site gebouwd met WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: