Auto’s

img445
Auto’s en ik. We zullen wel nooit de beste vrienden worden. Gelukkig is het geen zwaar dramatische geschiedenis, maar echt rooskleurig is het verhaal ook weer niet.

Op de achterbank was het vroeger met z’n drieën geen feest. M’n kleine broertje – toen nog voorzien van schattige blonde krullen – zat tussen m’n zusje en mij in. Hij in een stoeltje, wij een stukje lager gewoon op de achterbank. Voor hem de uitgelezen positie om ons van bovenaf aan ons haar te trekken. Enkele autoritjes later had m’n vader de remedie bedacht: een houten schot links en rechts van mijn broertje. Hij kon nergens meer bij en voor ons werd het er een stuk rustiger op.

Toen dat probleem door het verstrijken van de tijd opgelost was, bleek een paar jaar later mijn maaginhoud niet heel goed meer bestand te zijn tegen autorijden. Of het nu kwam door de grote hoeveelheid roze koeken bij oma of omdat het gewoon heel warm was in de ouderlijke bolide: een emmertje stond steenvast in de buurt. In verschillende fases hadden alle gezinsleden hier wel eens last van, dus het zal vast ook ergens erfelijk zijn geweest.

(Tussendoor ging het overigens ook een poosje goed en kregen we leuke cadeautjes tijdens lange vakantieritten, wisten we dat je bij Zwolle op de helft was richting oma en leerden we verhalen van luister-casette-bandjes uit ons hoofd)

Ik besloot een poosje de auto te vermijden en krijg nog wel eens naar mijn hoofd geslingerd dat ik ooit stellig beweerde dat ik nooit een rijbewijs zou gaan halen. Auto’s waren immers toch niet goed voor het milieu en we hebben in Nederland best goed openbaar vervoer. Een krappe tien jaar geleden was het toch zo ver. Autorijden behoorde kennelijk ergens toch wel tot de vaardigheden die in deze wereld best handig kunnen zijn (en na een paar jaar OV-studentenkaart had ik ook wel door dat het openbaar vervoer niet alles was). Met meer autorijlessen dan me lief was, mocht ik afrijden. Met de hakken over de sloot haalde ik het toen nog roze papiertje, waarbij ik een ingreep had omdat ik tijdens mijn examen door rood was gereden. De examinator had kennelijk door dat het vast niet veel beter zou gaan worden (en had ook gezien dat ik heel goed had gekeken voor ik doorreed kennelijk) en gaf me op het nippertje het voordeel van de twijfel.

Na m’n rijexamen kwam er van rijden vrij weinig. Soms eens in de auto van m’n ouders, waarbij m’n moeder krampachtig mee reed. En nog steeds komt het er niet veel van. Van en naar kantoor kan prima met de fiets en de trein. Er zijn soms wel gelegenheden waarbij het handiger is om met de auto te gaan. Dan konden we auto’s lenen van vrienden in de buurt, maar dat was ook niet altijd gemakkelijk. Want wat als ik daar nou eens schade zou rijden? En geef je dan steeds een klein cadeautje als dank of is het beter om de tank na afloop vol te gooien?

Gelukkig is daar sinds kort een leuke oplossing voor: we delen auto’s met anderen via MobielLunetten. Daar proberen we met een paar buurtgenoten zoveel mogelijk anderen zover te krijgen om ook mee te doen, zodat er langzamerhand wat meer aanbod komt. Het is een kwestie van een lange adem, maar er gebeurt wel het één en ander. Er zijn wat nieuwe leden en een paar mooie auto’s die je voor een prima prijsje kan gebruiken. En dan is alles wél goed geregeld: je verzekering, een redelijke dagprijs en je spreekt iets af over of de tank na afloop weer vol moet. Er is bovendien een keurig standaard contractje bij inbegrepen. De bijvangst is leuk contact met anderen in de buurt, en natuurlijk keuze uit in welke auto je wilt rijden.

Zo zou het wellicht toch nog eens iets kunnen worden met de auto en mij. Wie weet. Aan het einde van onderstaand filmpje promoot ik toch stiekem nog even de bakfiets.

Reacties zijn gesloten.

Site gebouwd met WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: