Treingezichten

foto treinEen paar huizen verder ging een lange jongen met een klein hoofdje de deur in. ‘Die jongen ken ik,’ zei hij. ‘Hoe ken je hem dan?’ ‘Van de Mensa. Ik ken hem al zolang ik in Amsterdam woon, maar ik weet niet wie het is.’ Hij glimlachte geamuseerd. ‘Dat is eigenlijk het mooiste: de mensen kennen maar toch een vreemde blijven. Daar zou ik tranen van in mijn ogen kunnen krijgen, van die gedachte.’

Uit: J.J. Voskuil, Het bureau 1 Meneer Beerta, pagina 290

Bijna vijf jaar lang zat ik dagelijks in de trein. Utrecht – Den Haag, op werkdagen meestal tussen 7 en 8 uur ‘s ochtends. Vice versa, meestal tussen 5 en 6 uur ‘s avonds. Zonop- en ondergangen, mist over de velden, blaadjes op het spoor en overvolle treincoupés. Maar ook steeds een groepje mensen die ik regelmatig zag. Treingezichten, mensen die op hetzelfde traject meereisden.

Natuurlijk een clubje collega’s. De directeur natuurlijk, die graag voor of na de werkdag nog even in de eerste klas wat muziek luisterde. Hij adviseerde me om vooral iets van die treinreis te maken. Hij deed dat al ongeveer zolang als ik oud ben. Een dierbare collega die altijd nog wat verder door reisde, maar waar we vaak na de rit van 40 minuten nog niet uitgepraat waren. Of collega’s die ik alleen tegenkwam als ik net wat later was, of een ander die altijd de trein van 7.59 uur nam en het liefst de krant in de trein leest. Soms was de rit een leuk bijpraatmomentje, andere keren verdiepten we ons het liefste in onze telefoon, de krant of was het nog te vroeg voor een gesprek. Soms spraken we stilzwijgend af dat een groet of een opgestoken hand genoeg was, terwijl je met anderen best een zitje in de trein wilde delen.

En er waren onbekenden, die in deze jaren bijna bekend werden. Eén dame bijvoorbeeld. Laat ik haar M. noemen, omdat ze misschien Monique of Marie-Claire zou kunnen heten. Keurig gekapt, maar waarschijnlijk werkend in een mannenwereld. Iets in haar kleding of het type tas, haar manier van praten of haar stevige loop duidde daarop. Ze had een zoon, zo bleek toen we een keer met flinke vertraging in dezelfde coupé zaten. Hij zal een jaar of 10 geweest zijn. M. besloot dat ze te laat thuis zou zijn, maar dat hij wel netjes moest eten en vervolgens ook op tijd op de hockeytraining moest kunnen komen. Ze belde hem vervolgens elke vijf minuten met een instructie. Dat hij z’n tas in moest pakken voor de training en waar de schone sokken dan lagen. Toen dacht ze wellicht nog dat ze het wel zou redden om nog zelf eten te maken. Daarna dat hij toch zelf maar moest gaan eten, er was nog wel iets in de diepvries. Nadat ze had neergelegd, belde hij zelf: hoe je dat dan moest opwarmen. Een uitgebreide live-instructie volgde. Toen de jongen z’n eten nog niet op had, belde ze al om te vertellen waar z’n fietssleutel lag, dat hij niet moest vergeten om de deur van de schuur op slot te doen, en zo ging het nog even door. Sindsdien glimlach ik altijd even als ik M. weer zie lopen.

Of T. Een vrolijke blonde jongeman, z’n haar nog een beetje alsof hij nog bij het studentencorps zat, maar ook in de wetenschap dat die tijd nu voorbij was. Thijs, Thomas of Tom. Kordaat, mooi in het pak, maar ook rete-druk. Hij belde vooral de hele treinrit, en het was duidelijk dat hij een heel team had aan te sturen. Doorzetten, stroomlijnen, aanvliegen en opvolgen waren zijn favoriete woorden. T. hoopte ook altijd maar dat hij op tijd bij de opvang zou zijn om zijn koters op te halen, want zijn vrouw stond regelmatig in de file vanuit Amsterdam. Koortsachtig overleg volgde dan als hij ook nog eens vertraging had. Dat waren vaak de enige momenten dat T. even stil was en moest nadenken over hoe hij dit nu weer ging oplossen.

Dan had je nog iemand die regelmatig met een grote vioolkoffer heen en weer reisde. Een artiest, een student of gewoon een amateur-muzikante die vanavond moest gaan repeteren met haar orkest? Of de man die standaard in slaap viel en dan een beetje snurkte, met z’n aktetas op schoot. De meisjes van de Driestar in Gouda, die vaak allemaal zo op elkaar lijken en nog even rustig hun huiswerk doornamen. Of de nog jongere meisjes, en een enkele jongeren, van de dansacademie of de balletschool in Den Haag. Recht op hun stoel, het haar ingevlochten en gezellig keuvelend over wat er die dag wel weer niet allemaal op het rooster stond.

De trein. Al een week lang hoef ik me ‘s ochtends niet meer te haasten om op tijd op het station te zijn. Ik zoef inmiddels op de fiets half Utrecht door naar m’n nieuwe kantoor. Ik wijk uit voor kinderen die nog maar net zelf kunnen fietsen, moeders met grote kinderwagens probeer ik te laten oversteken en de vaders op hun bakfiets met hun telefoon aan hun oor rijd ik het liefste omver. De slimste route naar kantoor heb ik nog niet gevonden, de sluiproutes nog een beetje onbekend. De gezichten onderweg nog wisselend en nieuw, maar gelukkig begin ik na een week al een enkeling te herkennen én kom ik ook op deze route zo nu en dan ook al iemand tegen die ik ken.

Advertenties

One thought on “Treingezichten

  1. Hee Jiska,
    Herkenbaar: ik fiets onregelmatig naar Zuidlaren. Onderweg kom ik zo’n drie fietsers tegen, die ik al die jaren gezien heb. We kennen elkaar niet, maar het is een gewoonte geworden om even ‘moi’ te roepen. Één fietser is inmiddels verdwenen…Een andere baan, met pensioen, ziek? Ik weet weinig van die tegenliggers en zij even weinig van mij. Maar de groet blijft.

Reacties zijn gesloten.

WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: