O, die telefoon

IMG_0063We zijn bijna met de bus bij het station. Vervangend vervoer noemen ze dat. In de stoel aan de andere kant van het gangpad klinken opeens overgeef-geluiden. Het jongetje moet een jaar of twee zijn en heeft de hele reis over de Veluwe op zijn vaders telefoon een spelletje zitten spelen. Zijn vader grist meteen na de eerste lading kots het scherm uit zijn handen en checkt of de ingang voor de lader en de koptelefoon nog droog zijn. Dat duurt gevoelsmatig een paar minuten en ondertussen begint het ventje onbedaarlijk te huilen.

Later die dag zit ik te eten met een vriendin. ‘Zo lekker dat die telefoon even in de kluis ligt, ik mis ‘m helemaal niet’, verzucht ze. We zijn in de sauna, helemaal offline. En wat is dat lekker. Mooie gesprekken, onbekommerd naar de blauwe lucht staren en elkaar wijzen op de boomtoppen die lijken op bomen uit onze eigen omgeving. We hoeven geen foto’s op Instagram. Wel bedenken we halverwege de middag nog dat we een oud-klasgenoot eens op Facebook moeten opzoeken. Omdat we geen internet bij de hand hebben, komt dat er niet meer van.

Het lukt me steeds vaker om zo’n offline moment vol te houden. Het boek Ik maak het uit! hielp me daar flink bij. Auteur Catherine Prince bedacht een programma om in dertig dagen een gezonde relatie met je smartphone te krijgen. In haar optiek zijn we massaal verslaafd aan ons apparaat en zet dat onze relaties, onze concentratie en creativiteit onder druk. Ze staaft dat met allerlei indrukwekkende feiten, die op zichzelf al helpen om je telefoon vaker weg te gaan leggen. Ze bespreekt bijvoorbeeld uitgebreid de manier waarop apps en websites zijn gebouwd om zo lang en/of zo vaak mogelijk je aandacht vast te houden. Of dat al dat multitasken helemaal niet helpt om taken beter uit te voeren. Licht wetenschappelijk onderbouwd en met een Amerikaans sausje, maar daar heb je in dit boek niet heel veel last van.

In dertig dagen helpt Prince je dan op weg om ook daadwerkelijk je gedrag te veranderen. Ik ben niet altijd te porren voor dat soort ‘challenges’, maar merkte ook steeds vaker mijn versnipperde aandacht. Ik zat soms vaker mijn Instagram-tijdlijn te checken dan dat ik speelde met ons kleine meisje. En geloof me: in een kwartier verandert er eigenlijk bar weinig online. Prince laat je allereerst een app installeren om je eigen gedrag in kaart te brengen. Hoe vaak pak je die telefoon eigenlijk? Daarna mag je je gewenste gedrag verbeeldden (even bedenken waar je wel graag je tijd aan besteed helpt echt!) en krijg je steeds kleine aanwijzingen om je telefoon vaker weg te leggen. Apps verwijderen, voor je je telefoon pakt bedenken waarom je dat doet, blokkeren van bepaalde onderdelen of bellen in plaats van berichtjes typen.

Vrijwel aan het einde doe je 24 uur zonder je telefoon – dat bleek nog best een uitdaging. Met name op losse momenten waarop ik even moest wachten. Maar het lukte en daarna kon ik (volgens het boek) aan de slag om een gezonde relatie met mijn smartphone op te bouwen. Dat is grotendeels gelukt. Ik krijg het weer voor elkaar om langer dan een enkele pagina te lezen. Om ongestoord te spelen met Anna. Ik hoef niet overal een foto van te maken. Het hielp me aan wat meer nachtrust, met een wekker in plaats van mijn telefoon naast m’n bed. Dat wist ik natuurlijk al lang, maar echt een wekker kopen kwam er op de een of andere manier toch steeds niet van. Ik erger me steeds vakken aan alle mensen op straat of in de trein die alleen maar aandacht voor hun telefoon hebben. En soms gun ik mezelf ook gewoon een kwartiertje bewust scrollen door alle ongein die social media nog steeds te bieden heeft. Maar meestal ben ik het na een paar minuten dan wel weer zat. En dan pak ik weer lekker een boek, of pak ik samen met Anna de Duplo er nog eens bij.

Reacties zijn gesloten.

WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: