De Tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind

DSC01522
Met een kinderwagen in de trein. Dat is altijd een onderneming, maar inmiddels vertrouw ik er op dat er altijd hulp is. Zo was er deze keer een papa met een peuter, die wel even een helpende hand over had om de kinderwagen in de trein te tillen. Hij wierp een blik op ons jongste meisje, die meteen een dikke glimlach tevoorschijn toverde. “Altijd vrolijk”, voegde ik er als commentaar aan toe, “in tegenstelling tot haar zus. Die nam alles op diezelfde leeftijd heel serieus.” De man antwoordde snel: “Je blijft vergelijken hè? De oudste van ons heeft z’n grove motoriek goed op orde, terwijl bij de jongste de fijne motoriek veel beter is.” Zijn peuter – kennelijk de jongste – was net bezig om de rits van zijn jas los te maken.

Tsja, zo’n tweede kindje. Altijd onderwerp van vergelijk met de oudste. Dat bleek al meteen na haar geboorte, maar ook daarna. Lijkt ze op haar zus? Is ze sneller? Deed zij dat ook? Zijn de nachten nu beter? Zou zij net zo’n kletsmajoor als haar zus worden? Het boek De Tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind gaat precies daarover. Dat vergelijken zou kunnen leiden tot onderlinge rivaliteit. Niet nodig, maar bovendien is het zoveel leuker om ook je tweede kind gewoon als zichzelf te zien. En niet als iemand ten opzichte van iemand anders. En toch is een tweede kindje anders dan de eerste. Lynn Berger, journalist bij de Correspondent en moeder ban twee, schreef er een boek over vol.

Gelukkig gaat haar boek niet alleen over vergelijken en het effect daarvan. Er schijnen nog meer mythes te bestaan over tweede kinderen en Berger zoekt uit of die kloppen. Of kinderen met broers of zusjes nu slimmer zijn of niet, of je als tweede van een gezin je anders ontwikkelt en of het immuunsysteem van tweede kinderen beter functioneert bijvoorbeeld. Ik ga haar antwoorden niet verklappen. Lees het vooral zelf. Berger schreef het namelijk erg vermakelijk op. Ze gebruikt ervaringen uit haar jeugd als oudste kind en haar ervaringen als moeder van twee kleine kinderen. Die vormen samen het startpunt voor een zoektocht naar wetenschappelijk bewijs over al die mythes. Dat levert een vlot geschreven boek op, dat voor mij als kersverse moeder van twee bovendien heel herkenbaar was.

Wat we hier thuis aan tafel nogal eens memoreren is dat twee kinderen niet eens zoveel meer tijd kosten in vergelijking met één. Dat was een opmerkelijk feit uit het het boek en sloot niet aan bij onze ervaring van ‘steeds maar bezig zijn met  de meisjes’. Berger schrijft dat je niet zozeer meer tijd besteed aan je kinderen als er een tweede bij komt, het type tijd dat je met je kinderen besteedt wel anders wordt. Er is bij de komst van een tweede meer sprake van routinematige (zorg)taken en minder ruimte voor aandacht per kind. We verschonen meer luiers, proberen de meisjes tegelijkertijd in bad te doen en tijdens de borstvoeding van de één voer ik de ander regelmatig wat fruit. Je bent dus kennelijk wel drukker, maar in dezelfde hoeveelheid tijd. Over de beleving van tijd met kinderen schreef Berger eerder al een interessant artikel, waarvan de titel “Met kleine kinderen duurt een dag eindeloos, maar een jaar vliegt voorbij” de lading heel aardig dekt. Wil je vast een voorproefje van De Tweede, lees dat artikel dan vooral. Of luister de podcast ‘De Tweede – op zoek naar het standaardgezin’, die onlangs is gestart. Het smaakt naar meer.

Reacties zijn gesloten.

WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: